Omar had een jong (vergeleken met mij :-)) Nederlands stel ontmoet en stelde voor dat ze mee mochten, als ik het goed vond. Geen probleem, was wel even gezellig met een Nederlands stel waar de communicatie regels makkelijker zijn. Ze hadden een oude Nikon camera gekregen, waar ik ze wat op weg kon helpen.
De eerste stop was bij de rijstvelden. Er zaten veel reigers: ralreigers, koereigers en zilverreigers. Specialer waren taxi's naar het bijzijnde dorpje: ezel en paard karren met de bezoekers van de markt, en aanvoer van lokaal voedsel en meubilair. Bij de markt worden de paardkarren achtergelaten met een grote zak hooi. Ik stel me voor dat in Nederland ook zo ging 100 jaar geleden. In Gambia ik geen twee-assige karren, en gezien de staat van de zandwegen snap ik dat wel.
Bij de afgraving waren minder bijeneters, maar in de ochtend en middagtochtjes zijn er weer mooie soorten bijgekomen, een edelzanger (white-rumped seedeater) en een graszanger (winding cisticola).